ECLI:NL:RVS:2002:AE2293
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en uitzettingshandelingen
Appellant is op 25 januari 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze bewaring op 6 februari 2002 ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State constateerde dat de uitspraak van de rechtbank niet volledig voldeed aan de ondertekenings- en verzendvoorschriften van de Algemene wet bestuursrecht, maar dat appellant hierdoor niet in zijn belangen was geschaad. De inhoud van de uitspraak was gelijk aan de ondertekende versie in het dossier.
Appellant voerde aan dat de staatssecretaris onredelijk laat was begonnen met uitzettingshandelingen, in strijd met de Vreemdelingencirculaire 2000. De Raad overwoog dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellant de uitzetting frustreerde door het opgeven van aliassen en het weigeren van medewerking aan het verkrijgen van identiteitspapieren.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond.