ECLI:NL:RVS:2002:AE2287
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig relaas
De staatssecretaris van Justitie heeft een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het feit dat de vreemdeling ongedocumenteerd is en dat dit hem gemotiveerd is toegerekend. Tevens heeft de rechtbank onvoldoende betekenis toegekend aan de vage, tegenstrijdige en ongeloofwaardige verklaringen van de vreemdeling. De Raad stelt dat het aan de vreemdeling is om zijn asielverzoek aannemelijk te maken, onder meer door het overleggen van reis- of identiteitspapieren, en dat het ontbreken daarvan aan hem moet worden toegerekend.
De Raad concludeert dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het relaas van de vreemdeling niet geloofwaardig is, ook al past het in het algemene beeld over Ivoorkust. Verder is het aan de vreemdeling om het belang van eventuele littekens voor zijn asielverzoek aannemelijk te maken. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.