ECLI:NL:RVS:2002:AE2077
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- Rechtspraak.nl
Geen tegemoetkoming voor schade witloftrek als teeltplanschade na extreme regenval
Appellante vorderde een tegemoetkoming voor schade geleden bij de witloftrek na extreme regenval op 27 en 28 oktober 1998. De Staatssecretaris had eerder een herzieningsbesluit genomen waarbij alleen schade aan de pennenteelt werd erkend als teeltplanschade. De rechtbank had het bezwaar van appellante gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de witloftrek een afzonderlijk teeltproces is dat op het moment van de ramp nog niet was gestart en dat de schade aan de witloftrek niet het onmiddellijke en rechtstreekse gevolg is van de ramp, maar voortvloeit uit een verminderd aanbod van witlofpennen. Daarom is er geen recht op tegemoetkoming voor schade aan de witloftrek.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de hardheidsclausule werd niet ontvankelijk verklaard omdat deze niet tijdig waren ingebracht en onvoldoende onderbouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; geen tegemoetkoming voor schade aan witloftrek als teeltplanschade.