ECLI:NL:RVS:2002:AE2076
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen afwijzing bestuurlijke handhaving Wet milieubeheer voor hondenhouderij
Appellant verzocht om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen op grond van de Wet milieubeheer vanwege het houden van honden door een vergunninghouder op een perceel. Verweerders wezen dit verzoek aanvankelijk af, herroepen dit besluit later wegens ondeugdelijke motivering, maar besloten uiteindelijk opnieuw geen bestuursdwang toe te passen.
De rechtbank vernietigde het besluit deels, waarna het beroep bij de Raad van State werd voortgezet. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het houden van vijf golden retrievers, waarvan slechts twee nestjes in vier jaar, geen bedrijfsmatige activiteit vormt die kwalificeert als inrichting onder de Wet milieubeheer. De door verweerders gehanteerde richtlijn voor hobbymatig houden van dieren was niet doorslaggevend, maar de feitelijke omstandigheden en geringe omvang van de hondenhouderij waren bepalend.
Appellants stelling dat de kennel geschikt is voor 35 honden en geluidsoverlast veroorzaakt, leidde niet tot een ander oordeel, omdat omvang en overlast niet relevant zijn voor de vraag of sprake is van een inrichting. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit geen bestuursdwang toe te passen op grond van de Wet milieubeheer is ongegrond verklaard.