ECLI:NL:RVS:2002:AE2055
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning varkens- en rundveehouderij wegens niet-gebruik
Verweerders, burgemeester en wethouders van Denekamp, hebben op 21 augustus 2001 de milieuvergunning voor een varkens- en rundveehouderij ingetrokken omdat gedurende drie achtereenvolgende jaren geen gebruik van de vergunning is gemaakt. Appellant stelde dat de intrekking onrechtmatig was omdat het initiatief binnen de termijn van drie jaar lag en hij de ammoniakrechten wilde verkopen en hobbymatig dieren wilde houden.
Uit het dossier en de zitting bleek dat sinds 1 november 1996 geen dieren meer werden gehouden en er geen handelingen met gebruikmaking van de vergunning hebben plaatsgevonden. Het voornemen tot intrekking dateerde van februari 2001, na het verstrijken van de driejaarstermijn, waardoor verweerders bevoegd waren tot intrekking.
De Raad van State oordeelde dat verweerders in redelijkheid tot intrekking konden overgaan, omdat het belang van het milieu zwaarder woog dan het toekomstig hobbymatig houden van dieren door appellant. Er was geen concreet en realiseerbaar verzoek tot intrekking onder saldering van ammoniakrechten ingediend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de milieuvergunning wordt ongegrond verklaard.