ECLI:NL:RVS:2002:AE2035
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.E.M. Polak
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake weigering inzage BVD-gegevens op grond van Wob
Appellanten verzochten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om inzage in gegevens die de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) over hen zou hebben. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties weigerde dit, stellende dat er geen relevante gegevens aanwezig waren. Deze beslissing werd bevestigd in bezwaar en vervolgens door de rechtbank Utrecht in beroep.
Appellanten stelden in hoger beroep dat de BVD mogelijk afluisteractiviteiten tegen hen had verricht, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat dergelijke stellingen niet kunnen worden beoordeeld door de bestuursrechter omdat zij niet zien op de rechtmatigheid van een besluit op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.