ECLI:NL:RVS:2002:AE1850
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning achteraanbouw ondanks bezwaar appellant
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van burgemeester en wethouders van Bergschenhoek om een bouwvergunning te verlenen voor een achteraanbouw aan een woning. Na een eerdere vernietiging van de beslissing op bezwaar door de rechtbank, werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.
De Raad overweegt dat de vergunning alleen betrekking heeft op de achteraanbouw en niet op andere bouwactiviteiten. De wijziging van het bouwplan betrof slechts kleine aanpassingen. De Raad stelt vast dat de brief over het besluit ook zonder handtekening van de burgemeester rechtsgeldig is.
Het bestemmingsplan laat vrijstelling toe voor een achteraanbouw van maximaal 4 meter diep en met een goothoogte gelijk aan de eerste bouwlaag. De Raad oordeelt dat de vrijstelling terecht is verleend, ondanks de door appellant aangevoerde vermindering van daglichttoetreding. De belangenafweging door burgemeester en wethouders was zorgvuldig en redelijk.
Ook het positieve welstandsoordeel is op goede gronden gebaseerd op advies van de welstandscommissie. De Raad wijst het bezwaar dat geen alternatieve heimethode is voorgeschreven af, omdat geen grote kans op schade is gebleken. Ten slotte is er geen grond om het advies van de commissie bezwaar en beroepschriften niet te respecteren of een nieuwe hoorzitting te eisen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.