ECLI:NL:RVS:2002:AE1616
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- H. Bekker
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldige besluitvorming bij weigering standplaatsvergunning zonder compensatie
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of het besluit van de gemeente Zandvoort om een standplaatsvergunning te weigeren aan verzoeker, zonder zich uit te spreken over mogelijke financiële compensatie, zorgvuldig tot stand is gekomen. De gemeente had eerder een vergunning geweigerd en later, na een eerdere uitspraak, een vergunning verleend die door de president van de rechtbank werd vernietigd wegens onvoldoende gelijkwaardigheid van de aangeboden locatie.
De Raad van State oordeelt dat de gemeente onvoldoende zorgvuldigheid in acht heeft genomen door niet te onderzoeken of compensatie voor de nadelige gevolgen van de weigering van de vergunning mogelijk was. De belangenafweging was niet deugdelijk omdat alternatieve locaties werden uitgesloten en de gemeente niet heeft voldaan aan haar toezeggingen. Tevens had de gemeente de mogelijkheid moeten onderzoeken om vrijstelling van het bestemmingsplan te verkrijgen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de eerdere uitspraak van de president van de rechtbank dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb Pro. De gemeente wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker. Het hoger beroep van de gemeente wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Zandvoort wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de standplaatsvergunning zonder compensatie is onzorgvuldig en in strijd met artikel 3:2 Awb.