ECLI:NL:RVS:2002:AE1606
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning geluidwal Breda wegens onzorgvuldigheden en onduidelijkheden
De zaak betreft beroepen tegen een vergunning verleend door burgemeester en wethouders van Breda voor het oprichten en in werking hebben van een geluidwal langs de Rijksweg A27. Appellanten maakten bezwaar tegen diverse aspecten van de vergunning, waaronder de locatieaanduiding, het ter inzage leggen van rapporten, de hoogte van de geluidwal, geluid- en stofhinder, verkeers- en trillinghinder, en milieubescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de locatie voldoende was aangeduid en dat het ontbreken van bodemonderzoeken bij het ontwerpbesluit niet tot benadeling leidde. Wel werd vastgesteld dat voorschriften over openingstijden (voorschrift 5.1), piekgeluidgrenswaarden (voorschrift 6.2), en maatregelen ter voorkoming van stofhinder (voorschrift 4.1) niet voldoen aan de vereisten. Ook ontbraken voorschriften over brandblusvoorzieningen bij opslag van K2 en K3 vloeistoffen, wat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Andere bezwaren, zoals over de hoogte van de geluidwal, verkeersveiligheid, geurhinder, waterhuishouding en bodemverontreiniging, werden ongegrond verklaard. De Afdeling paste artikel 6:22 Awb Pro toe om enkele gebreken te passeren. Uiteindelijk werd het besluit gedeeltelijk vernietigd en de gemeente Breda veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten sub 1.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt gedeeltelijk vernietigd vanwege onduidelijkheden en onzorgvuldigheden in voorschriften en ontbrekende brandblusvoorzieningen.