ECLI:NL:RVS:2002:AE1599
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering legalisatie Ghanese echtscheidings- en huwelijksakte
Appellant heeft bij de minister van Buitenlandse Zaken verzocht om legalisatie van een Ghanese echtscheidingsakte en huwelijksakte, welke verzoeken zijn geweigerd. De minister verklaarde de bezwaren van appellant ongegrond, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank te 's-Gravenhage. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat appellant niet tijdig kennis kon nemen van alle stukken met betrekking tot het verificatie-onderzoek, maar dat hij deze stukken later wel in geanonimiseerde vorm heeft ontvangen en hierop zijn zienswijze heeft kunnen geven. Het beroep op schending van het recht op hoor en wederhoor wordt daarom verworpen.
Voorts oordeelt de Raad dat de minister terecht heeft vastgesteld dat appellant de twijfel over de juistheid van de documenten niet heeft weggenomen, mede gelet op verklaringen van de vroegere echtgenote en de zuster van appellant die het bestaan van het huwelijk volgens Islamitisch recht bevestigen. De Raad ziet geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigt de uitspraak dat de weigering tot legalisatie terecht is gehandhaafd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de minister tot legalisatie van de Ghanese echtscheidings- en huwelijksakte.