ECLI:NL:RVS:2002:AE1572
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Dolman
- J.J. Vis
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging goedkeuringsbesluit bestemmingsplan wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
Het geschil betreft de goedkeuring van een integrale herziening van bestemmingsplannen in Leidschendam, waarbij appellanten bezwaar maakten tegen verschillende onderdelen van het plan. Appellant sub 1 klaagde over het buiten beschouwing laten van zijn tijdig ingediende bedenkingen, appellant sub 2 over de bouwhoogte op zijn perceel en procedurele onzorgvuldigheden, en appellante sub 3 over de bestemming en uitbreidingsmogelijkheden van een manege.
De Afdeling oordeelde dat het beroep van appellant sub 2 niet-ontvankelijk is voor zover het zich richt op delen van het plan waarvoor geen tijdige zienswijze en bedenkingen waren ingediend. Het beroep van appellant sub 1 werd gegrond verklaard omdat zijn bedenkingen door toedoen van een medewerker zoek raakten, wat voor rekening van verweerders komt. Hierdoor is het besluit op dat punt in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en werd het vernietigd.
De bezwaren van appellant sub 2 over de bouwhoogte werden ongegrond verklaard omdat de goedkeuring in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening en stedenbouwkundige visie. Ook de bezwaren van appellante sub 3 tegen het plandeel met de bestemming “Manege” werden ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat de beperkingen en nadere eisen redelijk zijn gelet op de bestaande situatie en milieuaspecten.
Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordelingen, behalve dat de provincie het griffierecht van appellant sub 1 moest vergoeden. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het beroep van appellant sub 2 deels niet-ontvankelijk verklaard, het beroep van appellant sub 1 gegrond en het beroep van appellante sub 3 ongegrond.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan is deels vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en deels afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard.