ECLI:NL:RVS:2002:AE1508
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.E. van der Does
- R.W.L. Loeb
- J.H.B. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen geldigheid kandidatenlijst Partij van de Arbeid wegens vermeende onjuiste instemming kandidaat
Het geschil betreft het besluit van het hoofdstembureau om de kandidatenlijst van de politieke groepering Partij van de Arbeid geldig te verklaren en de kandidaten daarop te handhaven. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de kandidaat Netelenbos-Koomen onjuiste gronden had gegeven voor haar instemming met de kandidaatstelling vanwege haar sollicitatie naar een andere functie.
De Raad voor de Rechtspraak behandelde de zaak op 11 april 2002. De wetgeving, met name artikel I 6, eerste lid, van de Kieswet, bevat een limitatieve opsomming van gronden voor schrapping van kandidaten, welke niet van toepassing zijn in deze zaak. De Kieswet biedt geen grondslag om de verklaring van instemming inhoudelijk te toetsen.
De Raad van State oordeelde dat het beroep ongegrond is omdat geen wettelijke grondslag bestaat om de kandidaat te schrappen op basis van de aangevoerde reden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep wordt derhalve verworpen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot geldigheid van de kandidatenlijst van de Partij van de Arbeid wordt ongegrond verklaard.