ECLI:NL:RVS:2002:AE1268
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Korthals Altes
- W. van den Brink
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake voorkeursrecht gemeente Uden op perceel appellant
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van de gemeente Uden om een voorkeursrecht te vestigen op zijn perceel. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de geldigheid van het voorkeursrecht. Appellant stelde dat het voorkeursrecht niet rechtsgeldig was omdat het gebaseerd zou zijn op een verkeerd wetsartikel en dat het streekplan geen uitbreidingscapaciteit aan de gemeente Uden zou toekennen.
De Raad van State oordeelde dat het bezwaar van appellant tegen het eerdere besluit niet is behandeld, maar dat dit geen gevolgen heeft omdat appellant daartegen geen rechtsmiddel heeft ingesteld. Verder stelde de Raad vast dat het streekplan Noord-Brabant wel degelijk uitbreidingscapaciteit aan de gemeente Uden toekent, ook al is er geen verplichting tot uitbreiding. Het argument van appellant dat artikel 9 van Pro de Wvg de vestiging van het voorkeursrecht zou blokkeren faalt, aangezien de vermelding van artikel 2 in Pro het besluit een evidente schrijffout betreft.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.