ECLI:NL:RVS:2002:AE1235
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- W.C.E. Hammerstein Schoonderwoerd
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning voor pluimveemestverwerking wegens onvoldoende geuronderzoek
De zaak betreft het beroep van Van de Belt Beheer B.V. tegen een vergunning verleend door gedeputeerde staten van Drenthe voor het oprichten en exploiteren van een inrichting voor het verwerken van gedroogde pluimveemest. De vergunning werd verleend zonder milieu-effectrapportage, omdat verweerders oordeelden dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die dit vereisten.
Appellanten stelden dat verweerders onvoldoende rekening hadden gehouden met geurhinder en het Provinciaal omgevingsplan. Verweerders hadden voorschriften verbonden aan de vergunning om ammoniakemissie en geurhinder te beperken, waaronder het gebruik van een luchtwasser. Echter, de Raad oordeelde dat het geuronderzoek onvoldoende was onderbouwd, met name omdat het vergelijkingsonderzoek bij een ander bedrijf niet kwantitatief was en belangrijke verschillen in bedrijfsvoering niet werden gecompenseerd.
Verder werd geoordeeld dat verweerders terecht de Interimwet ammoniak en veehouderij niet toepasten, omdat deze niet van toepassing is op deze inrichting. Andere bezwaren, zoals stofhinder en opslag van mest, werden ongegrond verklaard. Gezien het belang van geurhinder voor de vergunningverlening werd het gehele besluit vernietigd. De provincie werd tevens verplicht het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van geurhinder.