ECLI:NL:RVS:2002:AE1163
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- M.P. Glerum
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn hoger beroep vreemdelingenbewaring
Appellant werd op 19 december 2001 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen het besluit werd beroep ingesteld bij de rechtbank te ’s-Gravenhage, die dit beroep op 4 januari 2002 ongegrond verklaarde. Appellant stelde vervolgens bij brief van 11 januari 2002 hoger beroep in bij de Raad van State, dat op 12 januari 2002 werd ontvangen.
De wettelijke termijn voor het indienen van hoger beroep liep van 5 januari tot en met 11 januari 2002. Het hoger-beroepschrift werd echter niet per post verzonden, maar door appellant zelf in de brievenbus van de Afdeling gedeponeerd, waarbij de stempel de datum 12 januari 2002 vermeldde als ontvangst.
De Raad van State oordeelde dat, tenzij appellant aannemelijk maakt dat het geschrift eerder is binnengekomen, de datum op het stempel geldt als ontvangst. Appellant deed dit niet en stelde ook niet dat het geschrift op 11 januari was gedeponeerd. Hierdoor werd het hoger beroep niet tijdig ingediend en derhalve niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.