ECLI:NL:RVS:2002:AE1104
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken reisdocumenten
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris is afgewezen op grond van het ontbreken van reis- of identiteitspapieren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het bestreden besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep ontvankelijk is omdat appellant belang heeft bij het aan de orde stellen van zijn argumenten. De staatssecretaris had in het voornemen tot afwijzing het asielrelaas van appellant als geloofwaardig beoordeeld, maar in het besluit zelf werd de geloofwaardigheid aangetast vanwege het ontbreken van documenten. Dit is in strijd met het motiveringsvereiste van artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State bepaalt dat de staatssecretaris bij hernieuwde beoordeling een nieuw oordeel moet vormen over het gewicht van het ontbreken van reisdocumenten en de verklaringen van appellant. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbeterde motivering.
Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant, die verband houden met rechtsbijstand door een derde partij. De uitspraak is gedaan op 25 januari 2002 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd met de verplichting tot hernieuwde beoordeling.