ECLI:NL:RVS:2002:AE0982
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen weigering legalisatie geboortebewijs
Appellante verzocht legalisatie van een geboortebewijs en verklaring van ongehuwd-zijn, welke door de minister van Buitenlandse Zaken werd geweigerd. Na een ongegrondverklaring van bezwaar door de minister en van beroep door de rechtbank, stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellante klaagde dat haar in bezwaar de volledige kennisneming van stukken over het verificatie-onderzoek was onthouden, waardoor zij haar zienswijze niet volledig kon geven. De Raad van State oordeelde dat appellante in beroep weliswaar slechts geanonimiseerde stukken kon inzien, maar dat dit geen onzorgvuldige besluitvorming opleverde. De beperking was gerechtvaardigd en het recht op een eerlijke procesvoering werd niet wezenlijk aangetast.
De Raad van State bevestigde dat de beperking van kennisneming conform artikel 8:29 Awb Pro met waarborgen is omkleed en dat het beroep ongegrond is. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.