ECLI:NL:RVS:2002:AE0972
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming van hoger beroep tegen verzetuitspraak
Appellant stelde dat hoger beroep mogelijk moest zijn tegen een uitspraak van de rechtbank waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard, omdat de rechtbank zich niet had beperkt tot de dicta genoemd in artikel 8:54 Awb Pro. De Raad van State oordeelde dat dit betoog niet slaagde en dat de uitspraak van 30 mei 2001 een verzetuitspraak is als bedoeld in artikel 8:55 Awb Pro, waartegen geen hoger beroep openstaat.
De Afdeling constateerde dat het hoger beroep feitelijk gericht was tegen een eerdere uitspraak van 23 januari 2001, die niet in geschil was en waartegen verzet mogelijk was. De wet en memorie van toelichting laten de rechtbank toe om bij toepassing van artikel 8:54 Awb Pro ook andere artikelen toe te passen, waaronder artikel 8:72 Awb Pro. Dit maakt hoger beroep tegen de verzetuitspraak niet mogelijk.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde zich daarom onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer in aanwezigheid van een ambtenaar van Staat.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de verzetuitspraak van de rechtbank.