ECLI:NL:RVS:2002:AE0967
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- P. Plambeck
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor melkveehouderij met beperking jongveestal vanwege stankhinder
Verweerders hebben een revisievergunning verleend voor een melkveehouderij met een maximum van 94 melkkoeien, 46 stuks jongvee en één paard. Appellant betwist de beoordeling van bestaande rechten, omdat volgens hem op basis van eerdere meldingen en bouwvergunningen meer jongvee gehouden mag worden. Verweerders baseren zich op de oorspronkelijke Hinderwetvergunning uit 1980 en stellen dat de melding van 1995 geen wijziging van het aantal vee betrof.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de melding van 1995 geen uitbreiding van het veebestand inhoudt, omdat daarin expliciet is gesteld dat aantallen vee gelijk blijven. De vergunningverlening is daarom gebaseerd op bestaande rechten voor 38 stuks jongvee. Appellant betwist ook de weigering van vergunning voor 8 extra jongvee vanwege vermeende toename van stankhinder.
De Afdeling stelt vast dat de dichtstbijzijnde woning als categorie IV-object geldt en dat de afstand van de jongveestal tot deze woning ongeveer 30 meter bedraagt, terwijl de richtlijn een afstand van 50 meter voorschrijft. Omdat de uitbreiding met 8 jongvee niet binnen de bestaande rechten valt en leidt tot een toename van stankhinder op minder dan 50 meter afstand, is de weigering van vergunning voor deze uitbreiding terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vergunning voor uitbreiding van jongvee wordt ongegrond verklaard.