ECLI:NL:RVS:2002:AE0958
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P.H. Donner
- M.B.L. van der Weele
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning voor uitbreiding eendenhouderij wegens onjuiste beoordeling cumulatieve stankhinder
Bij besluit van 29 augustus 2001 verleende burgemeester en wethouders van Ermelo een revisievergunning voor het houden van 10.950 eenden binnen een veehouderij. Eerder was voor dezelfde inrichting een vergunning verleend voor 350 mestvarkens en 10.000 eenden. Appellanten, de Vereniging Milieu-Offensief en Stichting Wakker Dier, maakten bezwaar tegen de vergunning vanwege de te verwachten cumulatieve stankhinder, vooral in een reeds overbelaste situatie.
Verweerders stelden aanvankelijk dat de cumulatieve stankhinder niet was toegenomen omdat het aantal mestvarkeneenheden gelijk bleef. Later erkenden zij dat deze beoordeling onjuist was. De Raad van State oordeelde dat de vergunning niet zonder meer kon worden gerechtvaardigd met een beroep op artikel 8.4, derde lid, van de Wet milieubeheer, omdat de nieuwe stal de afstand tot stankgevoelige objecten en de relatieve bijdrage aan stankhinder wijzigde.
Daarom was de motivering van het besluit in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de gemeente Ermelo werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlening van de revisievergunning wordt vernietigd wegens onjuiste beoordeling van cumulatieve stankhinder.