ECLI:NL:RVS:2002:AE0729
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.H. Donner
- E.M.H. Hirsch Ballin
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen milieuvergunning opslag ammoniak Dordrecht
Bij besluit van 28 april 2000 verleende het bevoegd gezag een milieuvergunning aan Firma Bosman B.V. voor het oprichten en exploiteren van een opslagbedrijf voor (gedeeltelijk gekoelde) levensmiddelen, inclusief ammoniakinstallaties, op een perceel in Dordrecht. Appellanten, waaronder de burgemeester en wethouders van Dordrecht, stelden beroep in tegen deze vergunning en een wijzigingsbesluit van 31 mei 2001 waarin aanvullende voorschriften werden gesteld.
De Raad van State oordeelde dat een deel van het beroep niet-ontvankelijk was omdat appellanten geen procesbelang meer hadden bij inhoudelijke beoordeling van gewijzigde ammoniakvoorschriften. Verder werd geoordeeld dat de aanvraag voldoende informatie bevatte en dat het niet ter inzage leggen van de bouwvergunningaanvraag bij het ontwerpbesluit niet in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht.
Appellanten voerden aan dat de vergunning in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel, de Grondwet en het EVRM, met name vanwege gezondheidsrisico's, privacy, visuele hinder, geluidsoverlast, trillingen en geurhinder. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vergunning zorgvuldig was gemotiveerd, dat de veiligheidsvoorschriften en maatregelen volgens de richtlijn CPR 13-2 voldoende waren en dat de milieuhygiënische toets passend was. De bezwaren tegen geluid, trillingen en geur werden ongegrond verklaard op basis van deskundigenrapporten.
De Raad van State concludeerde dat de vergunning in het belang van milieubescherming was verleend en dat de overheid haar zorgplicht had nageleefd. De beroepen werden, voor zover ontvankelijk, ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Beroepen tegen milieuvergunning ammoniakopslag te Dordrecht zijn niet-ontvankelijk of ongegrond verklaard.