ECLI:NL:RVS:2002:AE0687
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering splitsingsvergunning en belangenafweging behoud huurwoningen
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord van Rotterdam weigerde een splitsingsvergunning voor een pand, waarbij het belang van het behoud van de huurwoningvoorraad zwaarder werd gewogen dan het belang van de aanvrager. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens een buitenwettelijke weigeringsgrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet heeft getoetst aan de belangenafweging die de gemeente moest maken.
De Afdeling stelt dat de gemeente onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe zij de belangen van de vergunningaanvrager en het behoud van de woonruimtevoorraad heeft afgewogen. Ook is de motivering van het besluit niet deugdelijk, mede gezien eerdere uitspraken die op onvoldoende motivering wezen. De beleidsregels die een minimale omvang van 24 woningen voor een VvE voorschrijven, bieden volgens de Afdeling onvoldoende basis om onderscheid te maken tussen gevallen.
De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe, inzichtelijke belangenafweging. De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het besluit niet in stand kan blijven, maar verbetert de gronden. Tevens wordt appellant veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de splitsingsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en terugverwezen voor een nieuwe belangenafweging.