ECLI:NL:RVS:2001:AF6181
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- A.L. Frenkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie werd afgewezen met toepassing van de 48-uurs procedure. Tegen deze afwijzing stelde appellante beroep in bij de president van de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage, die het beroep ongegrond verklaarde.
Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak deed uitspraak zonder zitting, waarbij werd overwogen dat nader onderzoek niet noodzakelijk was en dat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak passend was.
De Voorzitter oordeelde dat het hoger beroep geen rechtsvragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en dat het hoger beroepschrift niet tot vernietiging van de eerdere uitspraak kon leiden. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.