ECLI:NL:RVS:2001:AE7100
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel in hoger beroep bestuursrecht
Appellant heeft bij besluit van 5 april 2001 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond bij uitspraak van 23 april 2001. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling behandelde het hoger beroep op 23 mei 2001. In de procedure werd vastgesteld dat het beroepschrift voldeed aan de formele vereisten van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Diverse grieven werden door appellant ingebracht, waarvan grief I werd ingetrokken en grief VI niet als grief in de zin van de wet werd aangemerkt.
De grieven II en III betroffen de toepassing van de procedure binnen 48 proces-uren zoals bedoeld in artikel 3.117 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank een juiste rechtsopvatting had gehanteerd en deze grieven niet slaagden. De overige grieven stelden geen relevante rechtsvragen voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 11 juni 2001 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.