ECLI:NL:RVS:2001:AE3239
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift huursubsidie wegens niet tijdig indienen
De zaak betreft een geschil over de terugvordering van huursubsidie over het tijdvak 1 juli 1995 tot 1 juli 1996. De appellant, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, stelde de huursubsidie nader vast en vorderde een teveel betaalde subsidie terug. De bezwaarde had bezwaar gemaakt tegen deze terugvordering, maar dit bezwaar werd door de appellant niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen.
De rechtbank Utrecht oordeelde aanvankelijk in het voordeel van de bezwaarde en verklaarde het bezwaar ontvankelijk. De Staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat het besluit van 7 augustus 1998 op de juiste wijze aan de bezwaarde was bekendgemaakt, ondanks dat het eerste besluit naar het oude adres was gestuurd en pas later op het juiste adres werd ontvangen.
Verder stelde de Raad dat de bezwaarde redelijkerwijs had moeten weten dat zijn inkomen hoger was dan verwacht en dat hij daarom alert had moeten zijn op mogelijke terugvordering. Omdat het bezwaarschrift pas op 17 januari 1999 werd ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken, werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de bezwaarde ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.