ECLI:NL:RVS:2001:AE2652
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.A.M. van Angeren
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning afschieten spreeuwen ter voorkoming van schade aan aardbeienteelt
De Commissaris van de Koningin in Noord-Holland verleende een vergunning aan een aardbeienteler voor het afschieten van spreeuwen om belangrijke schade aan zijn gewassen te voorkomen. Stichting De Faunabescherming maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde dat er alternatieven, zoals het gebruik van netten, beschikbaar waren en dat de schade niet voldoende was onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna Stichting De Faunabescherming hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat bepaalde grieven niet ontvankelijk waren, maar beoordeelde deze alsnog inhoudelijk.
De Raad van State stelde vast dat de beleidsnota en de adviezen van het Jachtfonds een redelijke grondslag boden voor het oordeel dat sprake was van belangrijke schade en dat er geen andere bevredigende oplossing bestond. De kosten en praktische bezwaren van alternatieven zoals netten werden als onevenredig beoordeeld. Ook werd bevestigd dat de vergunninghouder aanvullende verjagingsmiddelen toepast.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de vergunning voor het afschieten van spreeuwen gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep van Stichting De Faunabescherming wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor het afschieten van spreeuwen blijft gehandhaafd.