ECLI:NL:RVS:2001:AE1158
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na overschrijding termijn door wachten op tolk
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel door de Staatssecretaris van Justitie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de aanvraag binnen de wettelijke termijn van 48 procesuren was afgedaan, waarbij appellant stelde dat het wachten op een tolk niet als beschikbare onderzoekstijd mocht worden gerekend, waardoor de termijn was overschreden en de AC-procedure niet meer toegepast mocht worden.
De Raad van State overwoog dat het wachten op een tolk in beginsel niet tot de beschikbare onderzoekstijd behoort en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die anders deden besluiten. Omdat de Immigratie- en Naturalisatiedienst binnen enkele uren een tolk ter beschikking stelde, was er geen sprake van een problematische vertraging die de toepassing van de AC-procedure uitsloot.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank, zij het met verbeterde motivering, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en oordeelt dat het wachten op een tolk de toepassing van de AC-procedure niet uitsluit.