ECLI:NL:RVS:2001:AE0082
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing preventieve bestuursdwangaanschrijvingen bij huisuitzettingen in Brunssum
Appellanten, burgemeester en wethouders van Brunssum, vaardigden meerdere besluiten uit waarin zij Stichting Wonen Brunssum gelastten de inboedel van 23 woningen na ontruiming te verwijderen. Dit beleid was onderdeel van een nieuw preventief bestuursdwangbeleid gericht op het voorkomen van kosten voor verwijdering en opslag van op straat geplaatste inboedels.
De stichting stelde beroep in tegen deze bestuursdwangaanschrijvingen, dat door de rechtbank gegrond werd verklaard. De Raad van State oordeelde echter dat het plaatsen van inboedel op straat niet als gebruik van de weg overeenkomstig de bestemming kan worden aangemerkt en dat het preventief opleggen van bestuursdwang gerechtvaardigd was vanwege het klaarblijkelijke gevaar van overtreding van de APV.
De Afdeling stelde vast dat de stichting als overtreder van de APV moest worden aangemerkt en dat de bestuursdwangaanschrijvingen terecht aan haar waren gericht. Ook werd geoordeeld dat de kosten van bestuursdwang redelijkerwijs voor rekening van de stichting komen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard.