ECLI:NL:RVS:2001:AD9768
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake vreemdelingenbewaring en toepassing artikel 3 EVRM
Appellant is in vreemdelingenbewaring gesteld bij besluit van 11 oktober 2001. Tegen de uitspraak van de rechtbank van 31 oktober 2001, waarin het beroep van appellant ongegrond werd verklaard, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat zij niet bevoegd is kennis te nemen van het hoger beroep voor zover dit gericht is tegen de afwijzing van een verzoek om schadevergoeding, conform artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verder bevat het hoger-beroepschrift grotendeels herhalingen van eerdere gronden die reeds door de rechtbank zijn beoordeeld, waardoor deze niet als geldige grieven worden aangemerkt.
Appellant klaagt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat toetsing aan artikel 3 EVRM Pro niet aan de orde is in de procedure, maar de Afdeling oordeelt dat dit onjuist is gelezen en dat het op de weg van appellant ligt om een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in te dienen voor een dergelijke beoordeling. De Afdeling verklaart het hoger beroep voor het overige ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd voor het hoger beroep tegen afwijzing schadevergoeding en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.