ECLI:NL:RVS:2001:AD9278
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Alkema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens binnenlands vluchtalternatief in Noord-Irak
Appellant heeft bij besluit van 15 augustus 2001 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel afgewezen gekregen door de Staatssecretaris van Justitie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door te oordelen dat hij een binnenlands vluchtalternatief had in Noord-Irak.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris in het bestreden besluit had vastgesteld dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in Centraal-Irak voor vluchtelingrechtelijke vervolging hoefde te vrezen en dat er voor appellant een verblijfsalternatief in Noord-Irak bestond. Hoewel de term 'verblijfsalternatief' verwarring kan veroorzaken, was de toetsing individueel en gericht op de vraag of appellant zich elders in het land van herkomst kon vestigen om vervolging te ontlopen.
De Raad van State concludeerde dat de rechtbank terecht en op goede gronden het binnenlands vluchtalternatief had getoetst en dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.