ECLI:NL:RVS:2001:AD8822
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- R.W.L. Loeb
- J.H.B. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Geen afdwingbare verplichting tot terugdringen geluidsbelasting volgens Wet geluidhinder
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of burgemeester en wethouders van Hengelo een dwangsom konden opleggen aan de Staat der Nederlanden om maatregelen te treffen die de geluidsbelasting langs de A1 te Hengelo zouden verminderen. Het bestemmingsplan 'Rijksweg 1, gedeelte Buren-Hengelo Oost' bevatte voorschriften die verwezen naar de maximaal toegestane geluidsbelasting volgens de Wet geluidhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de Wet geluidhinder een uitputtende regeling biedt voor de bescherming tegen verkeersgeluid, inclusief zonering rond wegen. Hierdoor kunnen in het bestemmingsplan geen verdergaande gebruiksvoorschriften worden opgenomen die een actieve, afdwingbare verplichting tot het terugdringen of periodiek onderzoeken van geluidsbelasting opleggen.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat burgemeester en wethouders niet handhavend konden optreden zoals zij hadden gedaan. De Raad van State bevestigde dit oordeel en herroept het besluit van 5 juni 2000 waarin de dwangsom was opgelegd. Tevens verklaarde de Raad het beroep van de Staat der Nederlanden ongegrond tegen het uitblijven van een nieuwe beslissing op bezwaar.
De uitspraak benadrukt de exclusiviteit van de Wet geluidhinder ten aanzien van geluidsbescherming en beperkt de mogelijkheden van gemeenten om via bestemmingsplannen aanvullende afdwingbare geluidsnormen te stellen.
Uitkomst: Het besluit van burgemeester en wethouders om een dwangsom op te leggen wordt herroepen omdat de Wet geluidhinder een uitputtende regeling bevat en het bestemmingsplan geen afdwingbare verplichting tot terugdringen van geluidsbelasting kan bevatten.