ECLI:NL:RVS:2001:AD8707
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijkheid staatssecretaris bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie wees een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel af, waarna de president van de rechtbank deze afwijzing vernietigde. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de president ten onrechte de beoordeling van het zogenoemde banden-criterium en de toepassing van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 niet volledig had betrokken.
De Raad overwoog dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt gegronde vrees voor vervolging te hebben, mede vanwege het ontbreken van reis- en identiteitspapieren en onvoldoende verifieerbare verklaringen over haar reis. Ook werd geoordeeld dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zij in Noord-Irak niet veilig kon verblijven.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de president en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Hiermee werd bevestigd dat de staatssecretaris terecht het verzoek om een verblijfsvergunning asiel had afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel gehandhaafd.