ECLI:NL:RVS:2001:AD8698
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorlopige maatregel van bewaring wegens ontbreken wettelijke grondslag
Appellant werd geconfronteerd met een voorlopige maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie op 14 augustus 2001. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling onderzocht of de voorlopige maatregel van bewaring een besluit was als bedoeld in artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Uit jurisprudentie en de Vreemdelingencirculaire bleek dat deze voorlopige maatregel niet in de wet was verankerd en slechts op beleidsregels gebaseerd was, wat onvoldoende is voor een vrijheidsontnemende maatregel volgens artikel 2 en Pro 15 van de Grondwet.
De Afdeling concludeerde dat de voorlopige maatregel niet kon worden beschouwd als een besluit krachtens artikel 59 Vw Pro 2000 en dat het besluit daarom in strijd met de wet was genomen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het besluit van 14 augustus 2001 werd eveneens vernietigd. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot voorlopige maatregel van bewaring wordt vernietigd wegens strijd met de wet.