ECLI:NL:RVS:2001:AD8689
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.W. Groeneweg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel door Raad van State
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke op 30 augustus 2001 door de Staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. Hiertegen werd beroep ingesteld bij de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, die het beroep op 18 september 2001 ongegrond verklaarde. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Raad van State overwoog dat nader onderzoek niet noodzakelijk was en dat met toepassing van artikel 92 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 onmiddellijk uitspraak kon worden gedaan. De Afdeling bestuursrechtspraak beperkte zich tot de beoordeling van de aangevoerde grieven en oordeelde dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak konden leiden.
De Raad van State benadrukte dat ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken als deskundigenadvies gelden en dat de staatssecretaris deze mag vertrouwen tenzij concrete aanwijzingen voor twijfel bestaan. In deze zaak waren dergelijke aanwijzingen niet aanwezig. De motivering van de rechtbank werd als voldoende beoordeeld, ook al waren niet alle gronden afzonderlijk besproken.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.