ECLI:NL:RVS:2001:AD8038
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Motiveringsplicht bij afwijken van advies in planschadezaak
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de motiveringsplicht bij het afwijken van een advies in een planschadeprocedure. A heeft schade geleden door waardevermindering van haar woning als gevolg van het bestemmingsplan “Gossinksweide” dat op 4 maart 1997 van kracht werd. De schadebeoordelingscommissie adviseerde een waardevermindering van f 55.000,00, waarna de raad een nader advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) inriep die de waardevermindering op f 25.000,00 schatte. De raad volgde dit laatste advies bij de beslissing op bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de raad onvoldoende had gemotiveerd waarom hij het nader advies had ingewonnen en stelde dat dit een schending van art. 3:50 Awb Pro betekende. De Raad van State corrigeert dit oordeel en stelt dat de motiveringsplicht niet geldt voor het inwinnen van nader advies, maar voor de beslissing op bezwaar als daarvan wordt afgeweken ten opzichte van het oorspronkelijke advies. De rechtbank moet daarom alsnog beoordelen of de beslissing op bezwaar kan worden gedragen door het advies van de SAOZ.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en zaak terugverwezen voor nadere beoordeling.