ECLI:NL:RVS:2001:AD7655
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over aanslag bedrijfspensioenfonds en bevestiging wettelijke grondslag
Het geschil betreft een definitieve aanslag opgelegd door de Onderlinge Waarborgmaatschappij MAAV aan het Bedrijfspensioenfonds voor het Kruideniersbedrijf. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van het pensioenfonds gegrond en vernietigde de aanslag omdat de Vereveningsregeling 1995 naar haar oordeel strijdig was met de Wet maav en daardoor onverbindend.
In hoger beroep stelt appellant dat de rechtbank een onjuiste uitleg gaf aan het begrip "jaarlijks geleden schaden" in artikel 3 van Pro de Wet maav, en dat de regeling niet kennelijk onredelijk is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat ook voorzieningen voor nog niet afgewikkelde of gemelde schaden onder dit begrip vallen, waardoor de regeling niet onverbindend is.
Verder wordt geoordeeld dat de gekozen verdeelsleutel op basis van aantallen verzekerden niet kennelijk onredelijk is, gelet op solidariteit en praktische uitvoerbaarheid. Hierdoor vormt de Wet maav samen met de regeling een sluitend en verbindend geheel voor het opleggen van de aanslag.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer op 14 november 2001.
Uitkomst: Het beroep van het bedrijfspensioenfonds wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.