ECLI:NL:RVS:2001:AD7650
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning inrit ter bescherming uiterlijk aanzien en groenvoorziening
Appellanten verzochten burgemeester en wethouders om een vergunning voor een inrit naar hun woning, die gescheiden zou blijven van de inrit van de buren. De vergunning werd geweigerd op grond van het beleid dat inritten zoveel mogelijk gecombineerd moeten worden en enkele inritten breder dan 2,5 meter niet zijn toegestaan, ter bescherming van het uiterlijk aanzien en de groenvoorziening.
Appellanten stelden dat zij op grond van een koopovereenkomst en de aanleg van een noodinrit mochten vertrouwen op een eigen inrit, en voerden een beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel aan. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat deze verwachtingen niet gerechtvaardigd waren, omdat het beleid van de gemeente en de APV bepalend zijn voor de aanleg van inritten.
Verder werd geoordeeld dat de simulaties van burgemeester en wethouders aantoonden dat een gecombineerde inrit veilig en adequaat gebruikt kon worden, en dat het besluit niet in strijd was met het gelijkheidsbeginsel of andere belangen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.