ECLI:NL:RVS:2001:AD7072
Raad van State
- Hoger beroep
- A. Kosto
- B. van Wagtendonk
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning voor invoer en bezit van rode flamingo's afkomstig van ranching
Appellant verzocht om een vergunning op grond van artikel 21 van Pro de Vogelwet 1936 voor het invoeren, houden en fokken van 56 rode flamingo's (Phoenicopterus ruber ruber) afkomstig van ranching, waarbij eieren uit het wild worden gehaald en kunstmatig uitgebroed. De Staatssecretaris weigerde deze vergunning, wat door appellant werd aangevochten.
De rechtbank oordeelde dat de flamingo's niet als in gevangenschap geboren en gefokte exemplaren kunnen worden beschouwd, omdat zij slechts de eerste generatie zijn afkomstig uit wild eieren en niet voldoen aan de definitie van in gevangenschap gefokte dieren zoals bepaald in artikel 24.a van EG-Verordening nr. 939/97. Appellant voerde verweer met een beroep op het arrest Vergy van het Hof van Justitie, maar dit werd verworpen omdat de Vogelwet en nationale regelgeving het houden van deze soort zonder vergunning niet toestaan.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank, wijst het hoger beroep af en benadrukt dat de nationale wetgever bevoegd is om aanvullende regels te stellen voor vogels die niet onder de Vogelrichtlijn vallen, ook al zijn zij in gevangenschap grootgebracht. Het beroep op een door Belgische autoriteiten afgegeven certificaat werd eveneens verworpen omdat dit door de Europese Commissie als nietig werd beschouwd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning voor invoer en bezit van de rode flamingo's bevestigd.