ECLI:NL:RVS:2001:AD6491
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Korthals Altes
- J.M. Boll
- H. Bekker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursrechtelijke toepassing bestuursdwang bij illegale bouwwerkzaamheden
Appellant voerde bouwactiviteiten uit op een perceel in afwijking van de verleende bouwvergunning, op basis van een gewijzigd bouwplan waarvoor geen vergunning was verleend. Burgemeester en wethouders zonden meerdere lastgevingen tot stillegging en besloten onverwijld bestuursdwang toe te passen door het terrein te verzegelen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling oordeelde dat burgemeester en wethouders bevoegd waren tot bestuursdwang en dat het onverwijld toepassen daarvan niet disproportioneel was, mede om te voorkomen dat de illegale situatie zou escaleren.
Appellant stelde dat de bestuursdwang niet kon worden toegepast zonder schriftelijke beslissing vooraf en dat er sprake was van een toezegging van niet-handhaven, maar deze stellingen werden verworpen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan concrete onderbouwing.
De Afdeling benadrukte dat bestuursdwangaanschrijvingen niet gericht waren op afbraak, maar op het onmogelijk maken van voortzetting van de bouw, en dat burgemeester en wethouders zorgvuldig hadden gehandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuursdwangbesluiten worden bevestigd.