ECLI:NL:RVS:2001:AD6004
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- E.A. Alkema
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Weigering opvang asielzoekers in afwachting van beslissing verblijfsvergunning niet in strijd met EVSMB
De zaak betreft een hoger beroep van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers tegen een uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, die had geoordeeld dat de vreemdelingen recht hadden op opvang op grond van het EVSMB. De vreemdelingen hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel en tevens opvang verzocht. De staatssecretaris had de opvang geweigerd op grond van artikel 2a van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 1997.
De Raad van State overweegt dat verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000, dat wil zeggen tijdelijk verblijf in afwachting van een beslissing op een verblijfsvergunning, niet gelijkgesteld kan worden met rechtmatig verblijf zoals bedoeld in het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand (EVSMB). Dit omdat het verblijf op die grond geen verblijfs- of andere soortgelijke vergunning is die vereist is voor verblijf in Nederland.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen grond om te oordelen dat artikel 2a van de Regeling onverbindend is of dat er sprake is van zeer schrijnende humanitaire omstandigheden die opvang zouden rechtvaardigen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van opvang wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.