ECLI:NL:RVS:2001:AD4958
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- E.M.H. Hirsch Ballin
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank Roermond inzake vergunning ophogingen winterbed Maas
Appellant sub 1 verleende op grond van de Rivierenwet een vergunning aan appellante sub 3 voor het maken en behouden van ophogingen in het winterbed van de Maas. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld door de vennootschap onder firma, dat door de rechtbank Roermond gegrond werd verklaard, waarna hoger beroep werd ingesteld door appellanten sub 1, 2 en 3.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant sub 2 de termijn voor hoger beroep overschreed, maar dat dit verzuim verschoonbaar was vanwege het niet tijdig ontvangen van de uitspraak. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vennootschap onder firma alsnog ongegrond.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte appellant sub 2 niet als partij had aangemerkt en hem geen afschrift van de uitspraak had toegezonden. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling, maar het betaalde griffierecht aan appellanten sub 2 en 3 werd terugbetaald.
De uitspraak werd gedaan door mr. J.H.B. van der Meer, mr. E.M.H. Hirsch Ballin en mr. P.A. Offers namens de Koningin op 10 oktober 2001.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vennootschap onder firma ongegrond.