ECLI:NL:RVS:2001:AD4956
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant had een herhaalde aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie op 30 augustus 2001 werd afgewezen. Tegen dit besluit stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het hoger beroepschrift niet voldeed aan het vereiste dat de advocaat verklaart bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd, maar zag hiervan af tot 1 november 2001. Verder werd vastgesteld dat appellant geen geldige grieven had ingebracht tegen de uitspraak van de rechtbank, aangezien zijn argumenten slechts herhalingen waren van eerdere standpunten. Ook het bezwaar dat de aanvraag niet in het aanmeldcentrum had mogen worden afgewezen, werd verworpen omdat de wet geen uitsluiting kent voor behandeling in het aanmeldcentrum en het besluit zorgvuldig was genomen.
De Afdeling concludeerde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.