ECLI:NL:RVS:2001:AD4495

Raad van State

Datum uitspraak
3 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200103837/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Troostwijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 91 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:54 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel

Appellanten hebben bij besluiten van 8 juni 2001 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie zijn afgewezen. De rechtbank te 's-Gravenhage verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond bij uitspraak van 25 juni 2001. Tegen dit vonnis is door appellanten hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling overweegt dat ingevolge artikel 91 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 zij zich bij haar uitspraak kan beperken tot de beoordeling van de aangevoerde grieven. Het hoger-beroepschrift stelt geen rechtsvragen aan de orde die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. De door appellanten aangevoerde diversiteit in rechtspraak over Iraanse bekeerlingen betreft uitspraken onder de oude wetgeving en is daarmee niet relevant voor de huidige beoordeling.

De Afdeling concludeert dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 3 september 2001.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

Raad
van State
200103837/1.
Datum uitspraak: 3 september 2001
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellanten],
appellanten,
tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 25 juni 2001 in het geding tussen:
appellanten
en
de Staatssecretaris van Justitie.
1. Procesverloop
Bij besluiten van 8 juni 2001 heeft de Staatssecretaris van Justitie (hierna: de Staatssecretaris) aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel te verlenen afgewezen. Deze besluiten zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 25 juni 2001, verzonden op 26 juli 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 2 augustus 2001, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 13 augustus heeft de Staatssecretaris een reactie ingediend.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 91, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) kan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) zich bij haar uitspraak beperken tot een beoordeling van de aangevoerde grieven.
Ingevolge het tweede lid van dat artikel kan zij zich, indien zij oordeelt dat een aangevoerde grief niet tot vernietiging kan leiden, bij de vermelding van de gronden van haar uitspraak beperken tot dit oordeel.
2.2. In de geschiedenis van de totstandkoming van de Vw 2000, meer in het bijzonder van artikel 91 - gewezen wordt op de Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 1998-1999, 26 732, nr. 3, p. 9-12 - is te lezen dat is gekozen voor een beperkte vorm van hoger beroep die de Afdeling in staat stelt om grote aantallen zaken, waarin geen vragen spelen die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, op snelle en doelmatige wijze af te doen. De gewone behandeling wordt gereserveerd voor zaken waarin dergelijke vragen wel zijn gerezen.
2.3. Het hoger-beroepschrift stelt geen rechtsvragen aan de orde die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven. De grief dat er sprake is van grote diversiteit in de rechtspraak met betrekking tot de kwestie van (Iraanse) bekeerlingen, levert geen zodanige rechtsvraag op. De uitspraken waar appellanten - klaarblijkelijk - op doelen zijn gewezen onder vigeur en met toepassing van de Vreemdelingenwet die gold tot 1 april 2001. De rechtseenheidstaak die de Afdeling is opgedragen, betreft de rechtspraak van de zittingsplaatsen van de rechtbank te 's-Gravenhage inzake de toepassing van de Vw 2000, voor zover die aan hoger beroep is onderworpen.
Hetgeen overigens is aangevoerd kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Met dat oordeel kan, gelet op het bepaalde in artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000, worden volstaan.
2.4. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Lid van de enkelvoudige kamer,
in tegenwoordigheid van mr. H.W. Groeneweg, ambtenaar van Staat.
w.g. Troostwijk w.g. Groeneweg
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 3 september 2001
32-359.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,