ECLI:NL:RVS:2001:AC3239
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- P.J.J. van Buuren
- C.A. Terwee-van Hilten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing reservaatsgebied ondanks bezwaren agrarische ondernemers
Gedeputeerde staten van Noord-Brabant stelden een begrenzingenplan Oost-Brabant vast waarin percelen van appellanten als reservaatsgebied werden aangewezen. Appellanten, werkzaam als varkenshouders en akkerbouwers, maakten bezwaar tegen deze aanwijzing en stelden dat dit hun agrarische bedrijfsvoering belemmert en dat de procedure niet zorgvuldig was verlopen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Raad overwoog dat de aanwijzing tot reservaatsgebied niet leidt tot een verplichte verkoop van de gronden, maar slechts tot een verplichting van de overheid om tegen agrarische waarde te kopen indien de grond vrijwillig wordt aangeboden. Ook kan een beheersovereenkomst worden gesloten, maar dit is niet verplicht.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de mogelijke gevolgen van de toekomstige Reconstructiewet in dit geding niet relevant zijn en dat er geen onzorgvuldigheden in de openbare voorbereidingsprocedure zijn vastgesteld. De Raad concludeerde dat gedeputeerde staten in redelijkheid het belang van natuur- en landschapsbehoud zwaarder mochten laten wegen dan de belangen van appellanten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.