ECLI:NL:RVS:2001:AB9195
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B. van Wagtendonk
- J.H.C.A. Muller
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar samenvoegingsvergunning wegens gebrek aan belanghebbende
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oud-West verleende een vergunning voor samenvoeging van twee woningen. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant niet als belanghebbende werd aangemerkt. De president van de arrondissementsrechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De Raad van State overwoog dat volgens de Algemene wet bestuursrecht alleen belanghebbenden bezwaar kunnen maken. Hoewel de vergunning mogelijk gevolgen heeft voor huurders, betreft dit doorgaans slechts de rechtsverhouding tussen huurder en verhuurder, en is er geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er was geen aanleiding voor een voorlopige voorziening of proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 15 mei 2001.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbende.