ECLI:NL:RVS:2001:AB7804
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R. Cleton
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opheffing opschortende werking vergunning mechanische kokkelvisserij Oosterschelde
Verzoekster, Coöperatieve Producentenorganisatie van de Nederlandse Kokkelvisserij U.A., vroeg om opheffing van de opschortende werking van bezwaarschriften tegen het besluit van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij dat vergunning verleende voor mechanische kokkelvisserij in het beschermd en staatsnatuurmonument Oosterschelde tot 30 augustus 2001.
De vergunning was gebaseerd op de Natuurbeschermingswet en het beleidsplan Oosterschelde, waarbij rekening werd gehouden met ecologische belangen, zoals het behoud van de vogelstand, met name de scholekster, en het voorkomen van schade aan bodemflora en -fauna. De Faunabescherming voerde aan dat het besluit in strijd was met de Vogel- en Habitatrichtlijn en dat de voedselreservering onvoldoende was, met negatieve gevolgen voor de vogelpopulatie.
De Voorzitter oordeelde dat het beleid van de Staatssecretaris, inclusief de voedselreservering van 4,1 miljoen kilogram kokkels en de maatregelen ter bescherming van het ecosysteem, niet onredelijk was. Het rapport van onderzoeksinstituten en het advies van de stuurgroep ondersteunden dit standpunt. Ook werd geen aannemelijk bewijs geleverd dat de kokkelvisserij onherstelbare schade aan de bodem zou toebrengen.
De voorlopige voorziening werd getroffen door de schorsing van het besluit van 29 juni 2001 op te heffen, zodat de vergunning kon worden uitgevoerd. Dit oordeel is voorlopig en niet bindend voor de bodemprocedure.
Uitkomst: De opschortende werking van de bezwaarschriften tegen de vergunning voor mechanische kokkelvisserij in de Oosterschelde is opgeheven.