ECLI:NL:RVS:2001:AB3310
Raad van State
- Verzet
- J.H.B. van der Meer
- O. van Loon
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdig betalen griffierecht afgewezen
Burgemeester en wethouders van Naarden werden niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan. Tegen deze beslissing werd verzet ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief waarin werd gemaand tot betaling van het griffierecht terecht was ontvangen door het advocatenkantoor, en dat interne communicatieproblemen binnen het kantoor voor risico van de opposanten komen.
Het verzet beriep zich op een telefoongesprek waarin gesteld werd dat het griffierecht was voldaan, maar dit gesprek vond pas plaats nadat het griffierecht al was bijgeschreven. Tevens werd aangevoerd dat het griffierecht via een rekening-courantovereenkomst met de maatschap kon worden voldaan, maar dit was niet uitdrukkelijk in het beroepschrift vermeld, waardoor de wettelijke maningsprocedure gevolgd moest worden.
De Raad van State concludeerde dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was toegepast en verklaarde het verzet ongegrond. Hiermee blijft de eerdere beslissing van 5 september 2000 in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.