ECLI:NL:RVS:2001:AB3095
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad van Adel niet bevoegd tot besluit op verzoek tot adeldom
Appellante verzocht de Hoge Raad van Adel om inschrijving in het filiatieregister der Nederlandse adel. De Hoge Raad van Adel wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat ingevolge artikel 1 van Pro de Wet op de adeldom adeldom uitsluitend kan worden verleend bij koninklijk besluit. Artikel 6 van Pro deze wet bepaalt dat de Hoge Raad van Adel slechts een adviserende taak heeft richting de Minister van Binnenlandse Zaken. Er is geen wettelijke grondslag voor overdracht van de besluitbevoegdheid aan de Hoge Raad van Adel. De praktijk van besluitvorming door de Hoge Raad van Adel kan dit gemis niet legitimeren.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de Hoge Raad van Adel, en herroept het primaire besluit. Tevens veroordeelde de Hoge Raad van Adel tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd bevestigd dat de Hoge Raad van Adel niet bevoegd is tot het nemen van beslissingen over verzoeken tot verlening van adeldom.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de besluiten van de Hoge Raad van Adel en bevestigt dat deze niet bevoegd is tot besluitvorming over verzoeken tot adeldom.