ECLI:NL:RVS:2001:AB3090
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.H.B. van der Meer
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij verschil in motivering rechtbankuitspraken over tegemoetkoming schade extreem zware regenval
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksaangelegenheden tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht waarin het beroep van Landbouwbedrijf Agrilinde B.V. tegen een toegekende tegemoetkoming wegens schade door extreem zware regenval in 1998 werd gegrond verklaard. De rechtbank had de Staatssecretaris opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van haar overwegingen.
De Staatssecretaris stelde dat hij weliswaar een nieuwe beslissing kon nemen, maar vanwege verschillende motiveringen in vergelijkbare uitspraken van de rechtbanken Dordrecht en Breda, wilde hij eerst de uitspraak in hoger beroep afwachten om consistentie te waarborgen. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft daarom de voorlopige voorziening toegekend, waardoor geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te worden genomen voordat het hoger beroep is afgerond.
Daarnaast werd de Staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van Agrilinde, omdat hij te laat een verzoek om voorlopige voorziening had ingediend waardoor Agrilinde tweemaal moest verschijnen. De uitspraak werd gedaan op 18 juli 2001 door de Voorzitter J.H.B. van der Meer, in aanwezigheid van ambtenaar van Staat S.W. Schortinghuis.
Uitkomst: De Voorzitter bepaalt dat geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te worden genomen voordat het hoger beroep is beslist.