ECLI:NL:RVS:2001:AB1719
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid vermindering uitkeringskosten op vergoeding onderwijsinstelling
De zaak betreft het hoger beroep van de Protestants-Christelijke Vereniging voor Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs te Harderwijk tegen besluiten van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De Staatssecretaris bracht op grond van artikel 96o, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) uitkeringskosten voortvloeiend uit het ontslag van een medewerker in mindering op de vergoeding aan appellante.
Appellante voerde aan dat deze vermindering onrechtmatig was en dat het een punitieve sanctie betrof die in strijd zou zijn met artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat de wettelijke grondslag voor de vermindering aanwezig was, aangezien het ontslag plaatsvond na 1 augustus 1995, de datum van inwerkingtreding van het betreffende wetsartikel.
Voorts wordt geoordeeld dat de Staatssecretaris niet bevoegd is om in andere gevallen dan genoemd in de wet de vermindering achterwege te laten. De vermindering van de vergoeding betreft slechts de daadwerkelijke kosten en is daarmee reparatoir van aard, niet punitief. Het feit dat de vermindering over meerdere jaren kan doorwerken en appellante daardoor nadeel ondervindt, verandert hieraan niets. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de inhouding van uitkeringskosten op de vergoeding bevestigd.